Het was bijna kerst, het regende en ik zat achterop, mijn armen stevig rond het middel van mijn moeder geslagen. Haar linker onderbeen raakte ronde na ronde het loszittende plastic van de kettingkast en ik telde de keren terwijl mijn haren nat werden en mijn vingers verkleumden. Mama fietste snel terwijl ik wilde dat alles langzaam ging of liever… dat de tijd stil bleef staan. In de meeste huizen brandden lichtjes van kerstbomen en van sterren voor de ramen, ik voelde de warmte die daar binnen moest heersen en rook de geur van verse speculaas en hete chocolademelk. Het was 23 december en ik was op weg naar papa. Ik mocht alleen mijn rugzak meenemen, een tas kleren en Beer.

Mooi Pam, goed de sfeer geschept/geschapen (?) En dan maakt de laatste zin veel indruk. Sterk.