Wij zijn twee bejaarde vrouwen en al jaren bevriend. Wij gaan een uurtje rondkijken in het tuincentrum. Zij is 78 jaar; ik bijna 90 jaar. We zijn met het openbaar vervoer naar de dichtstbijzijnde vestiging van Intratuin gegaan. Ik weet dat zij alleen AOW heeft en daar altijd over klaagt, maar ik negeer dat. Na een uurtje heeft zij een goedkope plant uitgekozen en in het winkelwagentje gezet. We lopen langs diverse uitgestalde planten als ik haar links en rechts stekjes zie pakken. Ze verstopt deze tussen het groen van de gekozen plant. Dan begeeft ze zich naar de kassa. “Kom, we gaan afrekenen.” Eenmaal buiten stamel ik: “Waar ben jij mee bezig?” Dat uitgerekend ik dat nog moet meemaken…


Boefje. Is “op het tuincentrum” trouwens correct?
Ok ik ga voor IN
Ik ook.
Leuk stukje, maar ik zou het mooier vinden als je meteen in de ikvorm begint. Die wijvorm in de eerste zinnen lijkt me niet nodig.
Doet me denken aan het krantenbericht over een oud vrouwtje dat bij de kassa van AH flauwviel. Ze bleek een diepvrieskip onder haar hoed verborgen te hebben.
Leuk stuk. Ik vond de wij-vorm juist goed gekozen. Het verwarde me in eerste instantie, maar naar het eind toe zag ik dat de schrijver hier over nagedacht moet hebben. Het is zoals de doktoren vroeger zeiden: Hoe voelen wij ons vandaag.
Of het befaamde voetbal, bij winst hebben wij gewonnen en bij verlies hebben zij dat gedaan.
@jelstein, leuk stukje. Ook ik vind de wij-vorm mooi passen.
Wij geeft goed de sfeer weer.
@Jelle Omdat je veel zinnen begint met wij en andere met zij en ik, leest het stuk bijna als een opsomming. Er zit geen vaart in het verhaal.
– Zij is 78 jaar; ik bijna negentig jaar.
Alles in cijfers of alles in letters. Door elkaar in hetzelfde stuk, helemaal in dezelfde zin, komt niet consequent over.
Haha ik vind het een grappige anekdote. Is het echt gebeurd of uw creatieve geest?