Er buigt een meisje boven ons.
En wijst mij aan.” Die”
Ik probeer weg te kruipen.
Ik word op getild en in de armen van het meisje gelegd.
Een gezichtje dichtbij mij en een kus op mijn kop.
Ik word in een mandje gedaan, het ruikt naar een kat.
Bah.
Hobbelend word ik vervoert en zie mijn nest kleiner worden.
Dag boers, zusjes, dag mama.
Triest leg ik mijn kop neer.
Dan word ik naast het meisje gezet.
Die mij probeert te aaien.
Na deze lange rit mag ik eindelijk los.
Ik doe mijn eerste plas.
Op de deurmat.
“Geef niets hoor je moet nog veel leren”.
Zuchtend ga ik liggen.
Ik lik het meisje.
We worden vast wel vriendjes.


Goede oefening, hier en daar een spelfoutje of tikfout, maar dat mag de pret van dit perspectief niet drukken. Leuk!
Ja, ik zou er nog even een spelling controle overheen halen… Inderdaad leuk perspectief.
Ik vind ‘het ruikt naar kat’ vreemd, omdat het zelf een kat is. Denk ik. Of niet? 🙂
Volgens mij is het een hondje.
Een hondje neem ik de spatie- en spelfouten niet kwalijk 😉
Om concreet te zijn: ‘op getild’ moet aan elkaar worden geschreven, ‘vervoert’ moet met een d, achter ‘hoor’ een komma. Verder iets te vaak ‘word’ in het verhaal, dat overigens leuk en invoelend is geschreven. Veelschrijvers kunnen hun stukjes zelf corrigeren (wat ze vaak doen). Ben je dat niet, dan kun je je aanpassingen aan Frank sturen (klopt dat nog?)