Rammelend op mijn toetsenbord, ben ik bij de laatste regel aanbeland. Mijn vinger zweeft boven het toetsenbord en knalt demonstratief de laatste punt op het e-papier. Zuchtend zak ik onderuit in mijn bureaustoel. Klaar! En nu? Het is tijd om anderen te laten oordelen, proeflezers. Aarzelend begin ik een mailtje te tikken. Halverwege krijg ik de aandrang om toch nog een keer mijn kindje te bekijken. Ik switch naar Word, open de tekst en vind meteen op regel 3 al een spelfout. Godverdegodver! Ik pas de tekst aan en sla hem op.
Na lang twijfelen, verstuur ik het manuscript. Ik maak mijn hoofd leeg en zoek afleiding, maar in mijn achterhoofd zeurt mijn onzekerheid: Wat als het beschreven wc-papier blijkt?


Ah, heel herkenbare onzekerheid!
(Ik kan er heel slecht tegen als schrijvers hun manuscript hun ‘kindje’ noemen! Maar da’s mijn probleem :))
@G.J. Heel herkenbaar! Als het geen fictie is hoop ik dat je positieve reacties krijgt.
@JG Voor veel schrijvers een herkenbare situatie.
Opmerkingen:
– toetsenbord schrijft je twee keer vlak na elkaar. Een synoniem of andere omschrijving zit er toch wel in?
– Wat als het beschreven wc-papier blijkt?
Na “blijkt” zou nou “te zijn” moeten volgen.
Wanneer dat niet kan, vanwege het aantal woorden, dan kun je “blijkt” ook vervangen door “is”.