Ik ben je zus, en samen hebben we verdriet over het verlies van onze grote broer.
Ik ben je moeder en je vraagt me waarom je niet naar huis mag.
Ik ben je dochter en we lachen en grappen; “zo vader zo zooitje”.
Ik ben een vreemde en je kijkt me de kamer uit.
Ik zit aan je voeten met mijn armen om je knieen en de herkenning komt heel even terug.
Ik ben je dochter weer.

Dat maakt indruk. Heftig hoor. Mooi, in alle eenvoud beschreven!