‘Dag meneer West, zullen we weer wat gaan tellen, samen?’
‘Jij bent toch Paulien?’
‘Eigenlijk ben ik Jacqueline.’
‘Nee? Waar is Paulien?’
‘Die is nu vrij, maar voor vandaag ben ík Paulien.’
‘Paulien, ik wil vandaag sproeten tellen.’
‘Okee.’ Jacqueline neemt meneer West mee naar de spiegel. ‘Nou, hoeveel sproeten heeft u?’
Ze beginnen te tellen. Twee sproeten op zijn gezicht, op zijn linkerarm vier en op zijn rechterarm zes. Dat zijn er dus twaalf.
‘En hoeveel heb ik er?’ vraagt ze.
Hij telt er al tien op haar gezicht. ‘Dat zijn er veel!’ jubelt hij.
Uit het zicht wast Jacqueline de sproeten er weer af. Ze legt de bruine stift alvast klaar voor Paulien, die er morgen weer is.


Mooi, Louise! <3
Er komt geen komma bij de dialooglabels als de gesproken zin op een ! of een ? eindigt.
Laatste zin: achter Paulien geen komma OF "is" naar het einde van die zin verplaatsen (en de komma weghalen).
Bedankt, Leo. En ik heb het aangepast.
Leuk! Een vrolijk stukje, al zou je het eigenlijk een zwaar onderwerp kunnen noemen. 🙂
Ik vind de ‘Nee?’ in regel 4 wat vreemd, omdat ze niet zegt ‘ik ben niet Paulien’ maar ‘eigenlijk ben ik Jaqueline’. Daar lijkt Nee geen gepaste reactie op. Of misschien voor deze meneer wel 😉
Ik heb het expres zo geschreven. Deze meneer geeft meer antwoord op zijn eigen vraag: ‘Jij bent toch Paulien?’
Mooi, ook met de toepasselijke titel.
De titel telt dubbel voor mij. Mooi.
Mooi geschreven, Lousjekoesje. Uit 2013 alweer! Een nieuw hartje voor een oud stukje.
O, heel mooi, zie het voor me, lang leve de bruine stiften
Wat leuk dat jullie het alsnog hebben gelezen.