Als ik mijn ogen tot spleetjes knijp, zie ik de uitgelopen schaduw op je gezicht. Misschien heb je gehuild want je staart. De parasol ruist zacht, het zonlicht maakt dat kleine sterretjes balanceren op het water. Ik blaas ze uit: zo één met de stilte, vraagt hij erom gebroken te worden.
“Laat stáán dat ding!” riep je nog. Maar het is al te laat: zwalkend kom ik binnen en val languit in je armen. Gelukkig ving je me, want ik heb geen idee, wat er anders gebeurd was. Waarschijnlijk het onwaarschijnlijke….
‘Waarom?’ vroeg ik
Je zei dat geen idee had.
Blijkbaar moest het zo zijn.
Ik ben daar blij om.
Daarom
wil ik je bedanken
je hebt mijn leven gered.

Recente reacties