Hoe wil je opgebaard? “Staand bij de achterdeur Ria”, we hebben erom gelachen, ik heb het opgeschreven, en daar moest jij weer om lachen. Je wensen voor je begrafenis hebben we besproken. Het scenario is klaar, maar jij, goddank, nog niet. Je optimisme, humor, vechtlust en wilskracht houden je hier, bij ons, want hier wil je zijn, niet daar, waar het je onbekend is. Zaterdagnacht, half drie, de telefoon gaat, mijn hart springt bijna uit mijn borstkas, de verbinding wordt zonder dat er iets gezegd wordt verbroken. Schuddend en trillend lig ik even later weer op bed, en ik realiseer me, dat ik blij ben, blij dat ik je wensen niet nu al in vervulling moet laten gaan. Nog niet!

@Ria, een liefdevol stukje.
De eerste zin lijkt een woord te missen.
Hoe wil je opgebaard (worden)? Dan zou ik de volgende zin op een nieuwe regel zetten en we met een hoofdletter beginnen. Dan is het wat vriendelijker om te lezen.
Desiree, bedankt voor je feedback. Ik had, denk ik, beter HOE kunnen schrijven. Ik wilde de bevestiging, dat ik het de eerste keer goed had gehoord! Het verhaal komt rechtstreeks uit mijn herinneringen, het huidige nu, en mijn hart, en dan denk ik niet altijd in punten en komma,s.
@Ria, dat snap ik helemaal. Het is alleen jammer. Het kan nog veel mooier zijn.
Ik geef Desiree gelijk. Het is een mooi stukje, maar in de juiste vorm komt het beter tot zijn recht.
Ik zou bijvoorbeeld een paar keer op een nieuwe regel beginnen, in elk geval na ‘waar het je onbekend is’.
Hoe wil je opgebaard? zou tussen aanhalingstekens geplaatst moeten worden. Om duidelijk te maken dat de ik verbaasd is, zou je kunnen volstaan met “Hoe?’ Het woord opgebaard kan dan verderop genoemd worden.
Het verhaal zou zo begonnen kunnen worden:
“Hoe?” vraag ik verbaasd.
“Staand bij de achterdeur”, zeg jij nogmaals.
Je kunt veel woorden “besparen” door wat compacter te schrijven. Die woorden kun je vervolgens gebruiken om je verhaal verder uit te bouwen.
Bijvoorbeeld:
we hebben erom gelachen, ik heb het opgeschreven, en daar moest jij weer om lachen.
Kan ook zo
We lachten, ik schreef het op en jij lachte toen nogmaals.
Dat levert vier woorden op, welke je goed kunt gebruiken.