Jongen. De aanhef van de brief. Een verstandhouding kan niet koel zijn als die er niet is.
Ik heb deze brief al jaren geleden geschreven – vlak nadat jij je engel uit de hel had gehaald – om de voorzienigheid van verlies van mijn verstandelijke vermogen voor te zijn.
Op mijn zolder, alles is voorbestemd, ben jij bezig het verkeerde op te ruimen. In het kistje zit een zakje met jouw zachte babyhaar. Maar wat weg moet is engelenhaar; het is hard en prikt, zoals in heidense kerstbomen van vroeger.
‘Genoeg!’ Hij pakt zijn aansteker en een zinken emmer. Rook, maar geen vuur. Misselijkmakende wierooklucht. Het tuimelraam wil niet opengaan, de deur slaat dicht. Voetstappen op de trap die naar beneden gaan…


Recente reacties