Na vandaag enkele kilo’s appels geplukt te hebben, komt mijn herinnering naar boven. Appels stelen uit de tuin van de buren.
Over de schutting klimmen, vallen in de brandnetels en over het schuurdak lopend naar de appelboom. De boom was niet groot en er hingen altijd maar enkele appels in. Kleine harde appels die je dan, om het stelen, meeneemt. Eenmaal een aantal appels in bezit genomen, ren je door de tuin, over de schutting en weer door die brandnetels naar veiliger oord. Als je dan eenmaal uit gehijgd weer zit, pak je een appel en neemt een grote hap. En dan komt de desillusie.
Een grote hap van de veel te harde, zure en onrijpe appel in je mond.


En dan noemen ze dan door de zure appel (heen) bijten.
Je doet me aan iemand denken.