Ik vang een spin. Eentje met lange poten. Terwijl ik zijn poten eruit trek, kijk ik door het raam en zie een kind rotzooien met een opgerolde stekelvarken. Ik laat de spin weer los. Het heeft nog een poot over en draait rondjes als een waanzinnige. Ik plaats mijn schoen op het arme dier en verlos het uit zijn lijden.
Ik ga naar buiten en stel voor de stekelvarken in de fik te steken. De ogen van het kind gloeien bij de gedachte alleen al. Ik geef hem mijn aansteker.
‘Aansteken en wegschoppen.’
Hij doet wat ik zeg en joelt er zelfs bij. De stekelvarken brandt als een fakkel. Maar hij durft het niet weg te schoppen. Wat een slappeling.


@DeFrysk Naar mijn mening is jouw verhaal geen column. Een stuk is een column wanneer de schrijver, liefst op spitsvondige wijze, de eigen mening verkondigt of een prikkelende stelling poneert.
Stekelvarken is een het-woord. Zou je het beest een egel hebben genoemd, dan zou “de” juist zijn geweest.
De laatste “hij” is een onduidelijke verwijzing naar de jongen omdat in de zin daarvoor het om het stekelvarken gaat. Daarnaast is een stekelvarken een hij of een zij, niet een “dat”.