Het kon een eendere naam zijn als de mijne.
Het kon een andere zijn, lang vergeten.
Namen roepen zichzelf af zoals golven deinen
op de stroom van het nauwelijks weten.
Als dit ons lot was, tot het op was,
was het mismaakt omdat het zot was.
Als dit onze gebeden waren
verdwenen zij als lofzangen die enkel pijn vergaren.
Jij zong alweer luidop en schaamteloos de liederen
van het artistiek uitdagen en beliegen.
Ik voelde mij gegeneerd omwille van oude tijden,
om de straatnaamborden die rust verlangen of waar die zich ook aan wijden.
Wij wandelden hier, wij wandelden daar.
Waren wij er ooit voor klaar
om onze wandelingen voort te zetten
tot voorbij waar niemand onze wandelingen zou beletten?

Recente reacties