Drijfnat, rillend van de kou in de aanhoudende regen wacht ik zwijgend samen met andere ouders op onze kinderen. Niemand praat, een onschuldige opmerking kan verkeerd uitgelegd worden. Je weet nooit of en wie je gaat verraden, sinds de staat iedereen beloont die een subversief aangeeft, is niemand meer veilig.
Kinderen rennen naar het hek, Joris voorop. Zijn ogen nat blinkend terwijl hij op me af holt. Bezorgd vraag ik, “Wat is er?” Meteen besef ik mijn fout. Joris roept, “Die klote juf heeft me geslagen!” Met het schrikbeeld van Joris in een heropvoedingskamp zwevend voor mijn geestesoog, grijp ik hem ruw vast en sleur hem richting de auto. Verontschuldigend mijn schouders ophalend brabbel ik naar de geschrokken omstanders: “Kinderen.”


Recente reacties