Voorzichtig bepaal ik de plek waar ik straks neer zal vallen, totaal uitgedroogd. Zonder water geen leven, zo simpel is het.
Eigen terrein, staat er op het bordje. Dat bevalt me wel, sterven op eigen terrein.
In een mooie vlucht dwarrel ik naar beneden en land bovenop de hoop. Mijn blad ligt met zijn felrode kleur naar de straat gericht. Ik hoor een kinderstem een lied zingen.
‘Herfst, herfst, wat heb je te koop.’
‘Kijk liefje wat daar voor een mooi blad ligt,’ zegt de man naast haar.
‘Wacht maar, ik pak hem even voor je.’
Hij pakt me voorzichtig bij de stengel.
‘Eigen terrein!’ denk ik.
Dan zie ik de lach van het meisje en bloos mijn mooiste stervenskleuren.


Mooi stukje
Bijzonder mooi geschreven. Meer kan deze lezer daar niet over zeggen.
Na een voldragen leven belanden in een herfststukje van een kind, dat is sterven in schoonheid.
Dank jullie wel voor de mooie reacties.