In februari 2003 liep ik in Guangzhou door een buitenwijk waar hoogbouw de dorpse woonomgeving nog niet had verpletterd. Er hing een merkwaardige geur rond de woningen die per dozijn aan binnenpleintjes waren gegroepeerd. Ondanks de zomerse hitte werd in veel huisjes kolenvuur gestookt in een tot fornuis omgebouwde oliedrum. Bovenop het fornuis stond een metalen schaal met een doorzichtige vloeistof, beslist geen water. Bij navraag verklaarde iemand in gebrekkig Engels dat het ging om ‘vinegar’. Ik had het kunnen weten: azijn. Het was de geur van een waterkoker die ontkalkt wordt, weliswaar vermengd met kolendamp. Een verklaring was teveel gevraagd, behalve de mededeling: everyone does these days. De penetrante geur hing overal. Het koken van azijn bleek een rage.


Doet me terug denken aan mijn moeder die één keer per jaar het koffiezetapparaat schoonmaakte door het met azijn te vullen ipv water. Dat was dan ook altijd het startschot voor de voorjaarsschoonmaak 🙂
Sorry, ik had je titel niet goed gelezen. Het is deel 1.
Ik was even de weg kwijt. Jij schrijft via een mooie omweg naar een knap verhaaltje.