Deze plek was ooit een metropool. Het Gouden Hart werd het liefkozend genoemd. Daar waar de munten klonken en de burgers het goed hadden. Nu het was een moeras. Waar koude, gure lucht tussen de kalende knotwilgen door ademde en de overgeblevenen deed rillen en terug denken aan de zon. Motregen. Her en der vluchtten de inwoners van het moeras hun blokhutjes in. Sommigen droomden stiekem nog van de tijd van tuinfeesten of het geluid van rinkelende munten. Overdag was er enkel het geluid van hun eigen klotsende voetstappen door de modder. ‘Doorploeteren’ was het motto. Voor liefde was het vaak te guur en te koud. Maar sommigen durfden te hopen dat ooit de zon weer naar hen zou lachen.

Recente reacties