Leentje piekerde over een gedicht dat ze aan het schrijven was. Het was een vreemd gedichtje, want er zat geen enkele boodschap in. Leentje dacht zo hard na, dat er denkrimpels in haar voorhoofd verschenen. Ze had alles bij zich wat ze nodig had: een gom, papier, een potlood. Maar niets hielp Ze had nog maar één woord nodig. Ze wist niets wat op beentje rijmde. Dus wenste ze hardop: ‘Ik wou dat ik iets had of zelfs maar was wat op beentje rijmde.’ Toen kwam er plots een kwaadaardige heks uit de hel, en ze zei: ‘Je wens wordt vervult, Leentje.’ De volgende dag schrok moeder zich een ongeluk toen ze naar het gedichtje keek: Armpje, warmpje, beentje… ‘Leentje!’

Recente reacties