Ik zie het in je ogen; ineens werd je mij gewaar, daar, in jouw eigen wereld.
Je kijkt nog even om mij heen. Alsof ik er niet ben, zolang je me niet ziet.
Maar, hoe meer je me niet ziet, des te reëler ik daar word.
Terwijl je ogen mij langzaam erkennen, zie ik de angst verschijnen.
Jouw angst voor mij, voor mijn oordeel over jou.
Je zag me niet eerder, toch herken je me, weet je dat ik zal veroordelen.
Achter de angst zie ik jouw stiekem oordeel over mij; die verbergt
de harde veroordeling van jezelf, de eenzaamheid waartoe je jezelf ooit doemde.
In die eenzaamheid doe je jezelf meer pijn dan ik je ooit zou kunnen doen.

Recente reacties