Elke zomer in mijn jeugd woonden we in hetzelfde huisje aan zee. Mijn vader genoot van zijn vrijheid. Hij droeg die weken geen stropdas, maar wel een korte broek. En die trui van een onbestemd soort bruin. In die trui was hij meer van ons dan door het jaar heen. De trui werd werkkleding. Mijn vader kwam klussen bij elke volgende verhuizing, steevast vergezeld door zijn gigantische gereedschapskist. Na jaren streek ik naar tevredenheid neer. Ik had geen hulp meer nodig. En zij werden ook te oud, trui en eigenaar. De trui heb ik liefdevol opgeborgen in mijn kast. Mijn vader wordt brozer, moppert dat hij nog zo weinig kan. Hem bewaar ik veilig in mijn hart.


Beste lisette, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie