We verzamelen brandhout: losse takken, eerst hele kleintjes om een start vuurtje te maken. De beste kleine takjes vind je onder een grote boom, daar liggen allerlei kleine stukjes, mooi droog. Dan halen we nog meer takken, dikkere, het liefst zo droog mogelijk. Zo stoken we ons kampvuur hoog op, want we willen een mooie as laag. Ondertussen heeft opa het brooddeeg gekneed met zout, water en meel. In een pan komt het naast de smeulende kolenlaag te staan. Af en toe draaien, anders rijst het deeg maar aan een kant. De kinderen hebben lange takken gezocht en de punten van hun schors ontdaan. Straks vouwen we het deeg eromheen, en smullen we van versgebakken broodjes met boter en suiker.

Ik mis iets in dit verhaal, oh wacht… Mijn buurman 😀
Daar genoot ik vroeger op schoolkamp erg van.