“Leg die pen toch niet steeds bij mijn spullen neer”, zegt Peter lichtelijk geïrriteerd tegen zijn vrouw. Anna kijkt hem niet begrijpend aan en merkt op dat het echt wel zijn pen is.
“Ik heb jou die pen toch gegeven Peter, twee dagen geleden, voor je vijftigste verjaardag. Weet je dat niet meer?” In Anna’s stem klinkt bezorgdheid door. Peter is vaker vergeetachtig, maar dit voorval spant de kroon.
In de pen had Anna “Voor altijd de jouwe” laten graveren. Peter was ontroerd geweest toen hij de insrciptie op de pen las. Het was de titel van een boek met liefdesbrieven. Hij gaf haar dat, toen ze vijfentwintig jaar samen waren.
Maar ook dat wist hij zich niet te herinneren.


Zo blijkt dan weer dat ‘voor altijd’ net zo lang is als je je wilt of kunt herinneren. Maar op de pen blijft het staan, waar ie ook ligt! Mooi stukje!
Mooi beschreven, Ineke.