Dagelijks begeef ik mij, samen met talloze anderen, in een rijdend koekblik in het verkeer. Super simpel eigenlijk, want verkeersregels zijn vastgesteld. We leren het, houden ons er aan, klaar. Dat dit niet werkt, is al decennia lang duidelijk. Dat verkeersregels ons alleen maar bewegen tot ontregelen, vooruit. Maar ook het fatsoen en menselijk geweten begeven zich op glad ijs. Een tegenligger tegemoet rijden, en we kunnen niet tegelijk het pad doorkruisen. De ander transformeert zich ineens tot een werveldwind, duwt er even 10km extra bij. Bij passeren van mijn auto, word ik bedankt. Pardon? Mij bedanken alsof er passeergratie werd verleend, terwijl het genómen werd. Dan is mijn gewetenschaos compleet.

Gevaarlijk hoor, op glad ijs inhalen, kan me voorstellen dat je schrok. 😉
Rijdend koekblik is echt een onwijs goed metafoor. Ik heb zelf eigenlijk geen recht van spreken over het verkeer want ik ben zelf ook niet zo’n wonder op de weg, dus ik zeg er dan ook verder maar niks over.
haha renske, je hoeft geen wonder op de weg te zijn om je aan anderen te kunnen irriteren hoor :p dat gebeurt gewoon vanzelf, hoe je niks voor te doen 🙂
Leuk stukje. Beeldend geschreven.