De tijd dat wij heksten is voorbij. Schelmenstreekjes daargelaten; daar wil ik vanaf zijn. Dat die zaterdagnamiddag, het novemberblad was geharkt en nevelflarden trokken al over de akkers, zich Veldwachter Wout op ons erf meldde, verbaasde ons daarom.
“We hebben drank en worst, de kachel brandt, welkom!” zeiden wij snel, hopend dat hij ons niet weer allerhande betoveringen aan zou wrijven. Toch hadden we Wout graag nog iets geleverd, gnomenneus, kabouterstemmetje…
Maar… toen een grotemannentraan welde in zijn pas gehekste cyclopenoog… biggelde over zijn paddenwang…
Genoeg. Te erg.
“Ik ben zo lelijk, zelfs mijn patrijshond wil me verlaten,” snikte hij.
“Wout, we zijn net gestopt…”
“Aaaaah… toeoeoeoeoe!”
“Nou vooruit…
Hokusplóef-oeps!!!”
Wout kwispelde en trouwde spoedig zijn patrijshond. Als knappe labrador.

Recente reacties