Mijn grootmoeder werd in 1905 geboren. Als kind stond ze met een vlaggetje in haar handen op de keizer te wachten. Ze maakte nog net de eeuwwisseling mee. In januari 2000 stierf ze.
Mijn grootmoeder kon zwijgend daar zitten en naar haar handen kijken. “Wat heb ik toch voor ouwe handen!” De dikke blauwe aderen op haar handrug vond ze lelijk. “Die waren er vroeger niet.” Ze leken op rivieren, deze aderen op haar handen, de grote stevige handen van een boerenmeisje. Ik keek er gefascineerd naar.
Al vanaf haar 80e verjaardag zei ze vaak: “Ze zijn me vergeten daar boven, niemand in mijn familie is zo oud geworden.”
Niemand is ooit helemaal vergeten, ik mis haar nog iedere dag.

Prachtig en met veel gevoel geschreven. Ach..die Oma’s…. Ik mis de mijne na 25 jaar nog steeds. Zij is 92 geworden en ik heb lang van haar mogen genieten, denk ik dan maar.
Oma, 99 werd ze, wilde de 100 niet halen want dan zou de burgemeester op bezoek komen.
Mijn moeder, nu 89, was boos toen haar oudste zus op 87jarige leeftijd stierf, veel te jong, vond ze
Mooie ode.