‘Laat maar los,’ zei hij tegen mij.
‘Ja maar, ik heb ‘m al mijn hele leven,’ jammerde ik.
‘Laat maar los, kan best.’
‘Mag hij dan een poosje bij jou logeren?’
‘Tuurlijk! Kom maar op!’
‘Hoe gaat ‘t met hem?’
‘Goed, ik heb al die tijd niet van hem gehoord. Hoe gaat het met jou?’
‘Raar. Het leven is zo raar leeg en ongericht zonder hem.’
‘Wat heb je ermee gedaan dan, met dat leven, zo?’
‘Ik heb ‘m mee naar het water genomen. Heb de vrijheid met ‘m gedeeld. We hebben samen overlegd welke richting ik op zou kunnen gaan.’
‘En, wat wordt die richting?’
‘Dat weet ik nog niet. Ik mag nog kiezen. Maar ik denk, de goeie.’


Interessant en mooi. Mooi van dat water!