‘We kunnen naar de Keukenhof gaan. Of het bloemencorso met die praalwagens.’ ‘Ja, dat kunnen gaan we doen.’ ‘Gaan we naar de bloembollenvelden of het bloemencorso?’ ‘We gaan niet naar de bloembollenvelden of het bloemencorso.’ ‘Waarom gaan we niet naar de bloembollenvelden of het bloemencorso?’ ‘Ik vind bloembollenvelden en het […]



0

Recente reacties