Wie zijn ogen kwijt wil, kijkt ze er vanzelf uit als je ze in het openbaar open doet.
Neem alleen al de wereld van de sport.
Je hebt knullen die gedrogeerd of als gezonde dokter hoog in de lucht rondzwiepen.
Kolossale oervrouwen die met schijven en speren smijten, tegenover verborgen spierbundels die zich elegant om een paaldanspaal slingeren.
Uitzinnig gillend tennispubliek, waarbij de umpire met een stoïcijns ‘Quiet please’ het gehele court weer tot stilte dwingt.
De boerenjongens die zich opwinden over de missers tijdens het plaatselijke voetbal, en hun ene nuchtere kalf dat met biertjes heen en weer loopt en rake opmerkingen maakt over stommiteiten.
Zwart-witte schaakstukken, felgekleurde atletiekkleding.
In precies 120 woorden een samenhangend stukje schrijven over tegenstellingen.

Leuk stukje. Geweldige eerste zin. Alleen vraag ik me af waarom het nuchtere kalf een nuchter kalf wordt genoemd… Wat wil je er mee vertellen?