Gaandeweg was het een prestigekwestie geworden, een obsessie, een levensdoel. Ik had de wolf achternagezeten door de toendra, de steppe, het naaldwoud, het loofbos, de moerassen en de bergen, maar steeds was hij me te slim af.
Ik gaf echter niet op.
Na tien maanden en acht dagen wist ik hem dan eindelijk zodanig uit te putten, dat hij zijn lot aanvaardde. Volkomen rustig lag hij boven op een rots op me te wachten. Hij gaf geen krimp toen ik dichterbij kwam met mijn jachtgeweer.
Ik was nog slechts tien meter van hem verwijderd, toen we oogcontact hadden.
Ik schoot in de lucht, waarna hij dankbaar wegrende.
Deze overwinning op mezelf was echt duizendmaal meer waard dan welke jachttrofee ook.

prachtig, deze ontknoping, een voorbeeld voor jagers