Meneer Jansen heeft er schoon genoeg van. Kinderen spelen rondom zijn huis verstoppertje.
En voor de zoveelste keer belandt er een bal in zijn tuin.
Laatst ging er een door zijn ruit. Voor de derde keer in een jaar. Met enkele beglazing is die kans helaas vrij groot. Dat ze dan toch ook niet op zijn ramen mikken!
Terwijl hij zijn jas aantrekt om naar buiten te gaan en hen flink de waarheid te gaan zeggen mompelt hij: “Die rótjochies uit de buurt ook altijd! Het is hier geen pretpark!”
Hij opent de deur. Tot zijn verbazing staat een vader voor zijn deur.
“Meneer Jansen, het spijt me, u zult geen overlast meer hebben van mijn zoon en zijn vrienden.”


Eind goed, al goed. Een verhaal dat met een sisser afloopt.
Je wisselt steeds tussen verleden tijd en tegenwoordige tijd. Weet niet of dat bewust is? En elke zin op een nieuwe regel? Zou ik ook liever niet doen, denk ik.
beland > belandt
Waarom doe ik dat toch zo vaak! Aangepast, hartelijk dank voor de opbouwende feedback, Inge.
Ja, beter 🙂