“Wat ben jij in hemelsnaam aan het doen?”
Tijmen was als een dief in de nacht aan komen sluipen. Toen zijn krullenkop plots in de deuropening van mijn studeerkamer verscheen probeerde ik een geforceerd lachje tevoorschijn te toveren. “Niks bijzonders” zei ik schijnheilig. Aan zijn ogen zag ik dat hij er, terecht, niks van geloofde.
Ik zag eruit als een volleerd chirurg met mijn groene mondkapje en blauwe latexhandschoenen.
Mijn anders zo keurige werkkamer, waar ik normaliter mijn blogs en collums schreef, leek ontploft. Mijn bureau lag bezaaid met potjes, plastic zakjes en etiketten. Alles uitgestald rondom de weegschaal en de grote pot met witte pilletjes.
“De paracetamol was in de aanbieding” grapte ik nog. Heb je ook zo´n hoofdpijn?

@Mara. Leuk stukje.
Twee puntjes: het werkwoord is aansluipen, dus tussen aan en komen hoort een spatie.
Te voorschijn moet juist weer aan elkaar, tevoorschijn.
@Ewald. Thankx. Ik ga het direct aanpassen
@Mara: ook hier wil ik vervolg op! En schrijf je expres collums ipv columns? In dat geval heb ik niks op te merken.
Interessant. De columnschrijfster is opeens alchemist geworden? Daar moet een vervolg op komen.
Leuk Mara.
vraagt om meer, een ontknoping?
Een duister zaakje, Mara!