Ik rek me behaaglijk uit op mijn ligstoel die pal aan het zwembad van het hotel staat. Stiekem moet ik gniffelen om het weerbericht in de krant. Terwijl ik hier in de zon zit, is het in Nederland Siberisch koud. De snijdende wind schijnt de gevoelstemperatuur naar min twintig te jagen.
Maar, terwijl de lucht strakblauw is en de temperatuur plus twintig, dwarrelen er plots lichte vlokjes uit de lucht. Zoveel dat ze mijn buik van goudbruin weer naar sneeuwwit kleuren. Ik huiver: dit moet mijn straf zijn voor mijn onaardige gedachten.
Achter me in de sneeuw ontwaar ik mijn jongste, poffertjes met poedersuiker in zijn hand. Hij blaast en dan begrijp ik waarom wij veranderd zijn in Siberische beren.


Eigen schuld, dikke bult, Irma.
Puntje van kritiek: ‘Ik huiver als een Siberische beer.’ Heb jij wel eens een Siberische beer zien huiveren? Ik niet. Siberische beren zijn het gewend, al wordt het -40°.
Dank je Ewald en ja, je hebt helemaal gelijk, maar ik vond het wel leuk. Misschien kan ik nog iets anders verzinnen.
@Irma, mooi zo’n stukje spot:) Overigens genieten we hier ook van eindelijk weer eens de schaatsen onderbinden. Geniet van die mooie vakantie daar!
@Kees dankjewel voor je leuke reactie! Geniet jij van het schaatsen!
@Ewald, aangepast hoor 😉
Goed opgelost Irma. Ik zag trouwens laatst twee (Siberische) beren …
Ik stond erbij en ik … Dacht even dat het broodjes waren, maar het bleken poffertjes!
Leuk stukje. Ik zie het voor me. Goede poeder.
Grappig beeld, Irma.
Hoi Irma, mooie vinding, om het zwembad met onze vrieskou te verbinden!