In de kamer op drie hoog is de lucht niet te harden. Verspreid over de vloer liggen drie half ontblote studenten, zesendertig lege flesjes bier, flink wat Sinterklaaspapier en wat kledingstukken. Het gesnurk is niet te harden.
De huisbaas heeft gelukkig een reservesleutel. Gebeld door een ongeruste ouder is hij even poolshoogte gaan nemen. Het pand was nochtans moeilijk te bereiken. En wat deed in hemelsnaam die gestippelte schimmel op de gang? Zou Sint die zijn vergeten?
Voor de deur, op de mat. ligt een wel hele vreemde chocoladeletter. Geen A, geen W, geen T, het is een ratjetoe van alledrie. Een zelfgemolten letter. Hij zit er best raar uit. Met kleine groene spikkeltjes, heet lijkt wel gras. En stinken!

Vast een kaasletter. Ik denk dat heet lijkt wel gras, vast het is.
‘Heet lijkt wel gras’ moet inderdaad ‘Het lijkt wel gras’ zijn. Weed mag ook. Voor gras dan. In ieder geval was het geen komijn. Dat kan ik met zekerheid zeggen. Studenten houden daar niet van. Ze houden wel van jonge kaas. Hooguit jong belegen. ?