Het is spannend in de grote zaal van café de Engel. De megabingo van hockeyclub HV Stickse is ieder jaar weer een feest waar iedereen naar uitkijkt.
De finaleronde breekt aan. Nu valt de hoogste prijs. Een gouden dameshorloge. Dat wil ik winnen. Voor mams, mijn mams. Het is al laat maar ik mag erbij zijn.
De spanning stijgt. Niet voor mij. Mijn kaart is haast leeg. Maar mams heeft bijna bingo. De kaart vol. Yes. Maar er zijn twee bingo’s. Mams stuurt mij naar voren.
Een loterij tussen mij en de ander. Uit een zakje een nummer trekken. Shit. Ik trek 8. Mijn tegenstander 17. Balen.
Mijn broer. Waarom niet gevoeld of er twee getallen opstonden? Tranen barsten uit.

Halfbroers met eenzelfde vader en een verschillende moeder? Of volledige broers met een haantjes-complex? Waarom barst de HP in tranen uit?
Twee volbloed broers. De kleine baalde dat hij niet de eersteprijs voor mams had gewonnen. Tranen dus. En ook om het besef dat als ie beter had gevoeld in de zak dat ie dan mogelijk een hoger nummer had getrokken. Met 40 nummers in de zak is die kans natuurlijk een stuk groter. Het paste niet allemaal in 120 woorden, ik weet het. Maar toch. Een goede verstaander heeft maar een … 😉
Is autobiografisch by the way. Het was alleen geen bingo maar kienen. Nog nooit zo hard ‘kien’ geroepen toen ik zag dat mams een rijtje vol had. Uiteindelijk kreeg ik nog wel een troostprijs mee. Een tegoedbon van de lokale slager voor een malse biefstuk. Zal het nooit meer vergeten.