Mijn oma had mij de vuilniszak meegegeven met de volgende mededeling: “Zo Joaquim, ga jij maar even het vuilnis wegbrengen.â€
Met lichte tegenzin was ik op weg gegaan naar de plek waar de afvalcontainers stonden. De vuilniszak nonchalant over mijn schouder geslingerd. Ik kwam er aan en met een welgemikte zwaai gooide ik de zak in de container. Ik vloog er zelf achteraan. Ik belandde tussen het afval en had de bananenschillen in mijn haar. De container was zo diep dat ik er alleen niet meer uitkwam.
Ik begon te huilen, ik was ervan overtuigd dat mijn jongensdroom nooit meer uit zou komen. In de verte hoorde ik de kerkklokken slaan. Oma zou zich vast al afvragen waar ik bleef.


Haha, sorry maar ik moest wel lachen om dit beeld. Al is het voor hem om te huilen.
De jongensdroom lijkt wat misplaatst, ik begrijp uit het verhaal niet wat die droom is.