Lotje liep met opa naar de kaas en notenwinkel. Ze gingen walnoten kopen. Lotje hield niet van walnoten, maar opa en oma waren er dol op. Alleen als zij de noten hadden gegeten kregen ze er altijd zo’n rare mond van. Dan deden ze hun tanden uit om ze schoon te spoelen. Lotje had ook tanden uit haar mond. Ze kreeg namelijk haar grote mensen tanden. Ze was wel blij met de notendoppen want daar kon ze mooie uiltjes van maken. Die kleurden ze met haar stiften en tekende er ogen op. Ook plakte ze er lapjes stof op die een snavel en vleugels moesten voorstellen. Degene die heel goed gelukt was legde ze met een tand onder haar kussen.


Schattig?
Mooie zinnen Andrea, je kunt de gedachtegang van een kind erin terugvinden.. Erg knap!!
mooi stukje over opa en kleindochter