Modder, overal modder. En het behang bladderde van de muren. In een hoek lag iets wat leek op een stapel uitwerpselen van een dier. Marijn was net binnengestapt en direct al geschokt door de staat van het huis. Aan het eind van de gang was een deur naar rechts. Voorzichtig liep ze er naar toe. Met haar ellenboog duwde ze de deur open. De kamer was gehuld in een schemerdonker. In een hoekje ontwaarde ze een schurftige hond. Dat verklaarde die hoop stront. In een andere hoek zag ze een hoop vodden. Wacht, daar bewoog wat. Een knokige arm kwam uit de stapel dekens tevoorschijn. ‘Wees welkom, Marijn, in mijn nederige stulpje.’ Marijn schrok. Hoe wist dat wezen haar naam?


Heel boeiend ook deze. Bijzondere serie Daphne.
Nu pas zie ik dat stukje naam door een ander is geschreven. Ik dacht dus ook door jou Daphne. Vandaar mijn opmerking over bijzondere serie.
Dag Levja,
Ik had deze inderdaad op zichzelf staand geschreven.
Maar leuk dat het je geboeid heeft! Dankjewel!