Het was die dag een druilerige herfstdag, midden in de week. De aftandse Citroën reed morrend en pruttelend de snelweg op. Aan het stuur een sjofele, ietwat verwarde jongeman genaamd Ben. Samen waren ze op weg naar Luxemburg.
Ben zat mijmerend voor zicht uit te staren. Met de opbrengst van zijn coupon zou hij haar verrassen met een etentje en een juweel. Alleen had hij geen idee wat ze mooi vond qua juwelen. Vorige keer was ze briesend weggestapt, de deur achter zich dichtslaand. Ze was een edelsteen-type die enkel vrede neemt met een edelsteen uit het genre ‘kasseisteen’. En dan kwam hij zomaar aandraven met een glazen imitatie, de grootte van een –weliswaar- flink uit de kluiten gewassen zandkorrel.

Mooie schets. Mijn fantasie gaat werken. Klein foutje: voor zich uit te staren.