Tijdens een strenge winter dresseerde ik mezelf tot een bevlogen vogelaar, waardoor ik danig in nesten dreigde te raken.
Ik foerageerde bij Dobey, Kruidvat en AH, overlaadde de voedertafels en greep mijn verrekijker. In voor-, achter-, zij- en zijtuin spotte ik roodborstjes, zwarte wouwen, klapeksters en spotvogels. Ik zag zelfs een tastende blinde vink tegen de treurwilg botsen.
Dan trok een trekvogel mijn aandacht. Voorwaar, ik nam een kraanvogel waar! Standvastig bleef ik hem onophoudelijk observeren.
Op 3 juli sms’te de buurvrouw, mevrouw van Gent, me! Ze is groot, blond, knap, echtgenote van Jan en aanbidster van o.a. de zon.
“Leg die verrekijker nu eens eindelijk opzij en kom gewoon naast me aan mijn zwembad liggen …
… met de badeendjes spelen!”

Overtrekkende kraanvogels. Dat is inderdaad een waar genot. Zeker met het geluid dat ze daarbij maken.
Haha. Het moois ligt vaak binnen handbereik. Leuke woordspelingen.
Je stukje geeft mij een grote glimlach. Ik mis de in deze zin: ‘waardoor ik danig in nesten dreigde te raken.’
@ Mien, Alice & Levja: hartelijk dank.
& @ Levja: de is een lidwoord en ik werd niet aanvaard als lid van de zonderfoutenschrijfclub. Eigen schuld hoor.
Zolang je jouw hand maar niet overspeelt o_ verschreef 😉
@ Levja: of over de schreef ga…?
Dan doe je je naam eer aan 😉