Het gouden zonlicht doet haar stralen. Bevrijd van mannen die haar verminken of vermorzelen huppelt ze door de bloeiende korenvelden. Bij een beekje rust ze uit. Ze wast het stof van haar kleding en zwemt met krachtige slagen. Ze herademt als ze het koele water voelt stromen langs haar vermoeide lijf. Verfrist wandelt ze verder. Zonder bagage, zonder ballast.
Eerst merkt ze het niet op, dat er iemand naast haar loopt. Ze kijkt pas opzij, als hij haar vraagt:
‘Waar gaat de reis naartoe?’
‘Ik ben op weg naar onbekende verten en laat me meevoeren met de wind.’
Ze komen aan bij een brede kolkende rivier.
‘Zal ik je begeleiden naar de overkant?’ vraagt hij met zachte stem.
Ze aarzelt.


De aarzeling is enerzijds begrijpelijk, anderzijds is lang niet elke man een slechterik. Ik hoop dat ze het nu goed getroffen heeft. <3
Dank je wel voor je reactie, Ingrid.
Ik houd het einde nog maar even open tot een volgend themawoord dat ik kan gebruiken. Dan kan ik mezelf ook verrassen. 😉
Of wellicht een of meerdere themawoorden die nog gaan volgen 😉 Zeker, het kan nog alle kanten op 🙂
Ja, juist de aarzeling … mooi open einde …
@Nel, ik ben een enorme fan van deze serie. Moest even zoeken naar het weekwoord.
Ik heb meer het gevoel alsof ze aan de Styx staat, en overvaren haar naar de andere kant van het leven zal brengen.
Mooi, Nel, fijne sfeer. En dat terwijl ik de andere delen niet eens gelezen heb. Laatste tijd niet veel gelegenheid gehad om hier te snuffelen.
Dank, Lisette. Eervol om een fan te hebben. 😉
Ik kan me je associatie met de Styx heel goed voorstellen. Ik had deze zelf ook.
Irma, welkom terug. Dank je wel voor je mooie reactie.
Ja, de aarzeling maakt het een mooi stukje, je blijft dan nog een open einde houden met een vraagteken
Dank je, José.
Ik hoop dat ik met volgende themawoord mijn verhaal kan vervolgen.
Zo niet, dan laat ik het einde open.
Nel, dat heb ik ook met die Dik Tromverhaaltjes, wil er nog een schrijven als uitsmijter