De gaarder kwam. Snel doken we in holen, onder planten, achter stenen.
De dreunende stappen, de vreselijke stank. Vlak bij ons bleef hij staan, draaide zijn hoofd. Ik hoorde een tik. “Au”. Snel schoot de gaarder naar het geluid. Daar had hij Anna beet, een tevreden grijns, een mooie vangst. En hij verdween.
Nadat de gaarder op veilige afstand was, nam ik Mats apart. “Gooide jij die steen?” vroeg ik boos.
“Vertel het alsjeblieft niet verder,” jammerde hij, “ik had bies gegeten. De gaarder zou me zeker geroken hebben. En Anna… Anna kunnen we toch wel missen?”
“Dat is waar,” zei ik.
’s Avonds besloot ik dat Mats een risico was. De volgende keer zou hij aan de beurt zijn.

Heel bijzonder weer @Gijs. Ben benieuwd hoe je op deze gedachten bent gekomen.
Het doet mij wat denken aan dodenrit van Drs. P.
Ja, die Mats toch, die brengt iedereen in gevaar. Weg met hem! <3
Fascinerend stukje.
ja, weer apart!