Er zit nauwelijks nog vlees aan de botten. Geen kleur, geen warmte.
Het karkas voor me is dun, mager. Het bleke vlees en de broze botten ogen nog zwakker dan het licht van het flikkerende peertje dat deze kamer verlicht. Het kadaver lijkt in niets meer op hoe hij eruit zag toen hij gisteren nog leefde.
Een man in een witte stofjas loopt door de steriele ruimte.
Zojuist heeft hij de borstkas opengelegd. Het vlees opende zich en het was vreemd, vond ik, dat er geen bloed uit de verse wond stroomde.
‘Ook de Slager van Vilnius stopt met bloeden als hij dood is. Hij heeft heel wat mensen de dood ingejaagd, maar hij ontsnapt er zelf zeker niet aan.’


Je hebt de sfeer mooi beschreven, hoe luguber het ook is.
Vilnius kent ook een gruwelijke geschiedenis. Sterk neergezet.
Patholoog- anatoom, wie zou het niet willen worden?
Gr. + <3,
Chris
Indringende tekst.
Goed geschreven ook.
<3
De sfeer is beeldend. De tweede alinea vind ik prachtig beschreven.
Bedankt voor de fijne reacties!