‘Slagerij Lende’ staat met sierlijke letters op de gevel geschreven.
Posters van koddige varkentjes en de kop van een lachende koe op de etalageruit geven een ietwat vertekend beeld.
Het slagersvak is zijn leven geweest. Hij genoot van de glanzend witte tegels, de vage chloorlucht en het kwaliteitsvlees dat, gescheiden door plastic slabladeren, in de vitrine lag uitgestald.
Het bedrijf bloeide, tot een supermarktgigant met luid trompetgeschal kiloknallers en pondspakkers aankondigde.
“Dat is olifantenkontenvlees,”grapte hij eerst nog tegen zijn klanten.
De meesten luisterden helaas meer naar hun portemonnee dan naar hun hart en de klandizie nam zienderogen af. Vandaag sluit zijn zaak.
Hij trekt de deur van de koelcel achter zich in het slot. Niemand zal hem hier voorlopig zoeken.

Pijnlijk mooi beschreven, hoe de een zijn dood, de ander zijn brood is. Vaak is het inderdaad eerder andersom.
Ach wat triest. En zo verdwijnt de echte liefde en passie voor het ambacht en wordt onze smaak steeds meer ‘eenheidsworst’.
@Katie, nog een punt achter zoeken. Ik geef je een hartje om reden van de tragiek in deze laatste zin.
Edit: het ontsnapt mij tot nu aan toe waarom hartjes niet worden opgepakt. Ben ‘normaal’ achter mijn computer.
Oh. Koelcellen lijken me zo akelig om in te sterven. De arme man.
Leve de vooruitgang 🙁 Beeldend geschreven, heel mooi en die laatste zin is echt alles zeggend!
Tragiek in optima forma.
Briljant slot!
<3
Bedankt voor jullie fijne reacties!
over de ondergang van de kleine middenstander