Vandaag hak ik in Den Haag. De strijders van en voor Allah hebben me nodig. Ze hebben het te druk om het zelf te doen, dus ze huren mij in.
Er zijn twee patiënten, een man en een vrouw. Ze zijn veroordeeld tot het afstaan van hun armen. De vrouw moet ook besneden worden, maar dat wil ik niet doen. Niet dat ik het hakken wel wil, maar ik hou van mijn kinderen en van mijn vrouw. In plaats van besnijden krijgen ze mijn moeder. Een goede deal.
Ik heb mijn oordoppen bij me. Vrouwen gillen hard, maar mannen nog harder. Hun angst is logisch. Weeskinderen zijn een prooi voor de jihad. Maar daar kan ik niets aan doen.
Hak.

Je pakt een pakkend probleem hier.
Als satire op de halalslager niet zo geslaagd.
M.v.gr.
Chris
@C.P.Vincentius: Dit stukje is niet als satire op de halalslager bedoeld, gelukkig niet, want dan was het inderdaad niet zo geslaagd.