Als we springen danst de naald van de platenspeler uit de groef. De gitaar speelt daardoor met horten en stoten, maar blijft in al deze fragmenten weergaloos razend, snerpend bijna tegen rondzingen aan over ons heen gieren. We zweten volop in de iets te volle huiskamer, met de beslagen ramen.
Zolang deuren en ramen gesloten blijven, zullen de buren niet klagen. En zodra de ballad zich aankondigt klagen vooral de jongens niet. Het is moeilijk om de borsten niet te voelen van het meisje dat zich strak tegen mij aan durft te klemmen. Ik kantel mijn bekken wat naar achter, om het effect dat ze op mij heeft te verbergen.
Deze avond: Tonight I’m gonna party like it’s nineteen ninety-nine


En toch zijn de invalshoeken niet zo veel verschillend @Hadeke
En toch liggen de invalshoeken niet ver van elkaar @Hadeke