“Karsten, hoe vaak heeft mama nu al gezegd dat je aan je werkstuk voor geschiedenis moet beginnen? riep Johnny boos.
Geen reactie.
“Karsten! Hoor je wat ik zeg?”
Geen reactie.
Boos rukte Johnny het boek uit Karstens handen.
“Maar papa, wat doe je nu?”
“Wat doe ik? Zou je je niet beter afvragen wat jij moet doen? Je zit alweer met je neus in zo een waardeloze strip in plaats van je taak te maken.”
“Ik was bezig met mijn opdracht,” antwoordde Karsten verontwaardigd.
“Ja, natuurlijk”, repliceerde Johnny schamper. “Iedereen gebruikt daar strips voor.”
“Het is echt waar. Dank zij Asterix weet ik nu welk onderwerp ik ga nemen : de Romeinse legioenen.”
“Zie je wel dat strips nuttig zijn, Marina.”

Rare jongens, die Romeinen. Leuk stukje @Els
he die kant had ik ook zitten opdenken 😉
Heel leuk stukje, Els.
<3
Bedankt, Nel en Levja.
Miranda, great minds think alike 😉
haah dat blijkt ik zat nu met een ander iemand de zelfde kant op
Leuk stukje en herkenbaar.
Zuster Els,
Rare jongens die Romeinen.
Sandaalmannen, die Romeinen.
Bedankt 🙂
ik moest even nadenken over de laatste zin, hoe Johny zijn gelijk haalt bij Marina, de moeder