Zwijgend kijken de oudste vier naar het gevaarte dat uit het niets lijkt te zijn verschenen. De kleine Ilonka houdt voet bij stuk. ‘De reuzen hebben het hier neergezet! Die ene met de witte vacht en die kleinere. Ik heb het zelf gezien!’
Zegge knikt. ‘Goed. Ik geloof je. Maar waarom? En wat is het?’
Iedereen zwijgt.
Egge breekt de stilte. ‘Zo komen we er nooit achter. Ik ga erin.’
‘Wees voorzichtig!’ waarschuwt Zegge, maar zijn broer is al door de opening verdwenen.
Als Egge weer verschijnt, zwaait hij met zijn armen. ‘Het is een huis! Kom kijken!’
Opgewonden en blij lopen ze door alle kamers.
‘Ons nieuwe thuis!’ roept Zanna uit.
Uitgelaten maken ze met zijn allen een rondedansje.


Leuk, Marlies, maar eigenlijk verwachtte ik dat het geheim van de blauwe wezentjes eindelijk onthuld zou worden <3
Dank je! Je moet nog even geduld hebben. 🙂
Oh, het blijft spannend. Wat een heerlijke serie, Marlies.
Plannen om een kinderboek te schrijven?
Wie weet, Nel? Maar ik ben al met een serie jeugdboeken bezig, dus als ik over deze blauwtjes een kinderboek wil schrijven, dan duurt dat nog wel even! Maar, het zit wel in mijn hoofd!