Jantje zat aan tafel. Boos, heel boos. Met zijn armen over elkaar geslagen, keek hij demonstratief over zijn bord, richting mams. Dat wat daar op zijn bord lag ging hij dus niet opeten. Echt niet.
Zijn moeder begreep er niets van. Jantje hield wel van macaroni en spaghetti. Zijn Italiaanse vader, niet meer in beeld, had hem dat met de paplepel ingegoten. Niet al dente maar extra zacht. Dus wat was nu het probleem?
Jantje keek nog eens goed naar de fanfare op zijn bord. Keek weer over zijn bord richting mams en sprak, wijs als ie was:
“Ik bid niet voor bruun bonen, en ook niet voor boerenstoemp. Steek deze fanfare maar in je tuba.”
“Het is farfalle Jantje!”

Een nieuwe invulling van het woord ‘fanfare’
Met een glimlach gelezen en een hartje.
Grappig.
‘Boos, heel boos.’ Die zin zou je kunnen weglaten omdat dat al blijkt uit de volgende zin. Nee, doe maar niet want het leest als kinderverhaal en dan klopt het wel.