Ik wacht op het moment dat er een diepe stilte over het huis daalt. Dan zoek ik mijn bed op voor de broodnodige nachtrust. Na een klein uur ben ik ineens weer klaarwakker. Het bruisende nachtleven is losgebarsten. Beide zoons zijn, nu het daglicht is vervaagd, weer uit hun kist gekropen. Op het nachtkastje tref ik knoflook en een uit het hout van de eenstijlige meidoorn vervaardigde staak. Ik leg beide op mijn buik, plug de oordopjes in en val gerustgesteld in slaap.
Wanneer ik ontwaak, begint de nacht langzaam terrein te verliezen. Oudste zoon komt me nog even snel goedemorgen wensen en verdwijnt haastig naar de plaats waar ik zijn kist vermoed.
Ik haat vampiers en ga op kamers.


Het zal je kind maar wezen.Goddank heb ik altijd knoflook in huis.
Brrrr! Gelukkig is het nu weer dag.
Getsie, en dan je eigen kinderen!