Hij strompelt voort door het kale, rotsachtige landschap met slechts hier en daar een plantje met dikke, vetachtige blaadjes. Zijn lippen zijn gebarsten en zijn hoofd bonst onder de brandende zon, ondanks zijn beschermende hoed met brede rand. De oase is al ver achter hem. Hij zou nu toch zo langzamerhand …?
Het dorp is eindelijk in zicht. Hoop op water geeft hem nieuwe energie. Hij loopt recht naar het dorpsplein, naar de pomp. Gretig grijpt hij de zwengel en houdt zijn mond verwachtingsvol onder de tap.
Er komt niets; nog geen druppel. Nu pas valt het hem op: de kurkdroge grond rond de pomp en de dorre, verlaten straten. Het wordt zwart voor zijn ogen en zijn benen begeven het.


Ach arme man. Goed opgebouwd.
Dank je, Inge.
Mooi verhaal in 120 woorden. Het einde is zonder hoop, maar dat kan enkele uren later anders zijn. Hartje.
Zuster Marlies,
Wauw. Ik voel de zandkorrels over mijn lichaam schuren.
VmetdeVorK.
@peter dank je!
Broeder Met de Vork, dank u zeer.
Gelezen in verkeerde volgorde, maar dit is geweldig geschreven.