Marina stormde de keuken in toen ze de knal hoorde. Johnny stond midden in een plas melk.
‘De fles viel uit mijn handen,’ antwoordde hij schaapachtig.
‘Dat lijkt me duidelijk’, mompelde Marina.
‘Weet je nog dat ik een splinter in mijn vinger had? Het doet nu zoveel pijn dat ik moest loslaten. Het voelt aan als een ontsteking. Het is rood en opgezwollen en ik denk dat ik dringend naar de dokter moet.’
‘Laat zien.’
Marina tuurde, haalde er een vergrootglas bij en toen pas zag ze de wonde, zo groot als een speldenprik. Stiekem lachte ze. Mannen, die geloven altijd onmiddellijk dat ze dood gaan, dacht ze.
‘En?’
‘Ik denk dat we nog net een amputatie gaan kunnen voorkomen …’

Beste Els,
Maar toch… zo’n plekje kan zomaar tot een probleemgebied uitgroeien. (als u voelt wat ik bedoel).
Mannen moet je trouwens nooit aan de melk zetten, maar aan het bier.
Leuk stukje!
Met vriendelijke groet + hartje,
Chris
Hoi Els,
Ik zit als ik plas. Behoor ik dan ook tot die groep mannen?
VmetdeVorK.
Je hebt gelijk, Chris. Beter er op tijd bij zijn, he ;).
VmetdeVorK, er zijn altijd en overal uitzonderingen, dus misschien ben jij er dan wel zo eentje? 🙂
Bedankt voor de feedback en hartjes 🙂
Je hebt een spatie vergeten tussen je eerste en tweede zin. Daardoor is het stukje eigenlijk 121 woorden. Graag nog even corrigeren 🙂
Bedankt, Frank. Ik heb het aangepast 🙂